



HET BELANG VAN GOEDE JOURNALISTIEK
Het Gentse filmfestival vertoonde enige tijd terug Page One. Inside The New
York Times, een documentaire van Andrew Rossi (1). Een aanrader. The New
York Times geldt al decennialang als dé referentie voor journalistieke kwaliteit.
Maar het gaat niet goed met deze krant. Dalende verkoopcijfers en dalende
reclame-inkomsten bedreigen haar voortbestaan. Zou het kunnen dat ze
verdwijnt? Toegegeven, de NYT heeft in het verleden steken laten vallen die
haar geloofwaardigheid aantastten, zoals foute berichtgeving van J. Miller over
vermeende nucleaire wapens in Irak, vlak voor de Amerikaanse inval in 2003.
Met deze foute berichtgeving voedde de krant de indruk dat mediabedrijven
een andere agenda hebben dan het objectief weergeven van feiten.
Maar de belangrijkste oorzaak van de malaise ligt elders: het streven naar
winst bemoeilijkt 'dure' onderzoeksjournalistiek. Ook de opkomst van nieuwe
media zet georganiseerde, professionele(re) media onder druk: liever dan de
papieren krant te lezen, halen vooral jongeren hun nieuws op internet, via
blogs en sociale media. Voorlopig heeft nog geen enkele krant of tijdschrift
een manier gevonden om via internetsites voldoende inkomsten te genereren
om een hele redactie te onderhouden. Goed nieuws is wel dat betalend
internetbezoek stijgt (De Standaard 21/10/2011, gegevens over de Verenigde
Staten).
Media en democratie
Het mogelijk verdwijnen van grote nieuwsredacties bedreigt de democratie.
Waarom? Tenslotte lijken die nieuwe media precies vanuit democratisch
oogpunt een goede zaak. Zo hebben Twitter en Facebook een belangrijke rol
gespeeld tijdens de 'Arabische lente'. Burgers kunnen nu optreden als activist,
met hun gsm beeldopnamen maken en de wereld rondsturen, medeburgers
verwittigen, ideeën delen, betogingen en protestacties organiseren. Burgers
delen informatie zonder de goedkeuring van redacties of overheden. Is dat
geen antwoord op al te sterke invloeden van bedrijven en lobbygroepen op de
media: dat vrije individuen met elkaar communiceren? Natuurlijk wel, en
sociale media hebben dan ook heel wat te bieden.
Toch blijft de professionele media een onvervangbare functie vervullen. Op
haar beste momenten neemt de media namelijk een taak op zich die voor een
blogger of burgerjournalist bijna onhaalbaar is: de machtsstrijd winnen die je
aangaat als je concrete gevallen van machtsmisbruik in de politiek of in het
bedrijfsleven viseert. Ik geef drie voorbeelden.
'New York Times' tegen corrupte bedrijfsleiders
Een eerste komt uit de genoemde documentaire, waarin NYTimes-journalist
David Carr een artikel voorbereidt over het failliet van een ander mediabedrijf,
de 'Tribune Company'. Enkele jaren voordien werd dat bedrijf overgenomen
door managers die alleen in winst geïnteresseerd waren, en niet omkeken naar
de journalistieke deontologie. Uiteindelijk ging het bedrijf ten onder en
verloren vele mensen hun baan. En streken de ceo's miljoenen dollars op in
bonussen... Ontevreden werknemers stuurden aan Carr informatie over
wanpraktijken, zoals corruptie en seksuele intimidatie. Carr besloot een artikel
te schrijven. Eerst vroeg hij een reactie aan de betrokkenen, zoals het
journalistiek hoort. Het resulteerde in dreigementen met juridische acties
vanwege de Tribune Company. Maar dat hoefde Carr zich niet aan te trekken:
zijn redactie steunde hem. En dan begint de kracht van de NYT als bedrijf te
spelen, in het voordeel van de journalist. Carr stelde rustig dat hij zijn taak
had voltooid. Hij publiceerde zijn explosieve stuk. Twee weken later moest de
bedrijfsleider van de 'Tribune Company', Randy Michaels, ontslag nemen.
'Washington Post' tegen een corrupte president
Tweede voorbeeld. In 1974 deed de Republikeinse president Richard Nixon
afstand van het presidentschap. Na jaren onderzoek - en enkele honderden
artikels - hadden twee journalisten van The Washington Post aangetoond dat
Nixon betrokken was bij een inbraak in het hoofdkwartier van 'Democrats', de
oppositiepartij, om afluisterapparatuur te installeren: het
'Watergate'-schandaal. Nixons positie was onhoudbaar geworden: de artikels
leidden tot allerlei onderzoekscommissies die feiten als corruptie aan het licht
brachten.
Carl Bernstein en Bob Woodward, de twee jonge, ijverige journalisten van The
Washington Post werden helden. Alan J. Pakula verfilmde hun avontuur in All
the President's Men (2). Op dat ogenblik was hun krant nog in handen van
Katharine Graham. Ze steunde haar journalisten honderd procent: mocht er
druk komen om bronnen vrij te geven, bijvoorbeeld, was ze zelfs bereid om
naar de gevangenis te gaan... (3). Haar houding was een onmisbare schakel in
het hele gebeuren: wie het opneemt tegen de corruptiepraktijken van een
zetelende president, heeft de bereidheid van een hele instelling nodig om zo'n
gevaarlijke gevecht aan te gaan.
'Panorama'-uitzending over klokkenluiders in Hasselt
Ten derde, recenter en veel dichter bij huis. Op 6 oktober 2011 verscheen een
reportage van 'Panorama' over het moeilijke lot van klokkenluiders bij de
Hasseltse politie. (4) Een uitzending die praktijken toont die elke verbeelding
tarten in een 'democratie'. Ook de burgemeester van Hasselt, Hilde Claes, en
procureur Rubens werden vernoemd. Meteen na de uitzending volgde
commentaar die tot doel had de geloofwaardigheid van de journalisten te
ondermijnen. Procureur Rubens noemde de reportage 'tendentieuze, zwakke
journalistiek'. (5) In een open brief beschuldigde Hugo Lamon, advocaat van
de bekritiseerde Hasseltse politiezonde Hazodi, de journalist Wim Van den
Eynde ervan de rechsgang te willen beïnvloeden. Een zware aanklacht. Van
den Eynde antwoordde met een verwijzing naar de nageleefde deontologische
code voor journalisten en herleidde de kritiek tot een 'grap' (De Standaard,
7/10/2011).
Het strekt de VRT-redactie tot eer dat ze pal achter de journalisten van deze
Panorama-uitzending bleef staan, ondanks de kritieken (Het Belang van
Limburg 9/10/2011). Opnieuw blijkt hoe belangrijk het is voor journalisten om
de steun te hebben van een geloofwaardige instelling.
Kostenplaatje
De gekozen voorbeelden zijn uitzonderlijke journalistieke omstandigheden.
Meestal brengt een reporter minder gecontesteerd nieuws. Maar de
mogelijkheid om, indien nodig, ook zulke reportages te brengen, maakt het
hele verschil tussen het hebben van een pers die de democratie versterkt, of
niet.
Misschien iets om aan te denken als sites van kwaliteitskranten of tijdschriften
uit financiële noodzaak betalend worden. Want dat betalen ligt moeilijk: we
zijn gewend dat nieuws gratis is. We beseffen te weinig welk prijskaartje aan
goede journalistiek hangt. Maar we zouden ongetwijfeld een veel hogere prijs
betalen, indien dergelijke journalistiek verdween: het einde van kritische
vragen over machtige bedrijven of politici, dus het einde van de democratie.
Echt een buitengewoon kostelijke zaak.
De auteur is een Vlaamse filosofe en postdoctoraal onderzoekster aan de VUB. Ze is eindredactrice en coauteur
van het boek Spinoza. Filosoof van de blijheid.
Bron.Liberales.be
Bovenstaande is de theorie. Het onderstaande ook. Vandaar dat gehele pagina
theorie is terwijl het praktijk zou moeten zijn.
Waarheidsgetrouw
1. Bij het doorgeven van nieuws neemt de journalist de werkelijkheid zoals hij
die aantreft en waarneemt als uitgangspunt. De verificatie van feiten en de
weergave van uiteenlopende meningen belichamen het journalistieke streven
naar objectiviteit.
2. De journalist brengt in de berichtgeving een duidelijk onderscheid aan
tussen feiten, beweringen en meningen.
3. De journalist gaat zorgvuldig en integer te werk en geeft daarvan ook blijk
in zijn berichtgeving door verantwoording af te leggen over zijn journalistieke
methoden.
4. In zijn berichtgeving maakt de journalist de feiten waar mogelijk
controleerbaar.
5. De journalist controleert de feiten in zijn berichtgeving en maakt die feiten
waar mogelijk controleerbaar.
6. Bij het bewerken van nieuws, in tekst, geluid, beeld of combinaties daarvan
(infografieken, animaties) maakt de journalist duidelijk waaruit zijn bewerking
bestond.
7. De journalist die in zijn berichtgeving fictieve elementen verwerkt, door
namen van betrokkenen te wijzigen of feiten te dramatiseren, legt daarvan
telkens rekenschap af.
8. In columns, recensies, opiniërende berichten en vergelijkbare genres komt
de journalist een grotere vrijheid toe dan in andere berichtgeving, waar het
gaat om het controleren van feiten, het achterwege laten van wederhoor, en
het door elkaar gebruiken van feiten en fictie.
9. De journalist die verwijst naar informatie van derden, door een ander
medium als bron te noemen of door het aanbrengen van een hyperlink, doet
dat openlijk en royaal, maar is daarmee niet per se verantwoordelijk voor de
inhoud van de onderliggende informatie.
Onafhankelijk
10. De journalist verricht zijn werk in onafhankelijkheid en vermijdt (de schijn
van) belangenverstrengeling.
11. De journalist zal, indien hij gebonden is aan enige politieke partij,
belangenvereniging of bedrijf anders dan de uitgever van zijn eigen medium,
daarvan in zijn berichtgeving telkens rekenschap geven indien dat voor de
beoordeling van het bericht relevant is.
12. De journalist maakt geen misbruik van zijn positie.
13. De journalist neemt geen materiële of immateriële vergoedingen aan die
bedoeld zijn berichtgeving te beïnvloeden, te bevorderen of tegen te gaan.
Fair
14. Bij het verzamelen, selecteren en bewerken van nieuws gaat de journalist
fair te werk.
15. De journalist beschermt bronnen aan wie hij vertrouwelijkheid heeft
toegezegd.
16. De journalist die zich baseert op anonieme bronnen moet aannemelijk
maken dat zijn bronnen betrouwbaar zijn, de informatie niet op andere wijze
kon worden verkregen en hij die zo goed mogelijk elders heeft geverifieerd.
17. Het zoeken naar hoor en wederhoor is een journalistiek basisprincipe. In
het bijzonder bij het publiceren van beschuldigingen of verdachtmakingen aan
het adres van een persoon of organisatie, past de journalist wederhoor toe. De
beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid, liefst in dezelfde publicatie en
zonder onredelijke tijdsdruk, te reageren op de aantijging.
18. De journalist zal de privacy van personen niet verder aantasten dan in het
kader van een open berichtgeving noodzakelijk is.
19. De journalist ontziet de privacy van slachtoffers, nabestaanden, patiënten
maar ook van verdachten en daders door de algemene herkenbaarheid van
betrokkenen in de berichtgeving te vermijden in al die gevallen waarin deze
personen onevenredig nadeel van herkenbaarheid zullen ondervinden en voor
zover het vermijden van herkenbaarheid niet in strijd is met het belang van
een adequate berichtgeving.
20. De journalist publiceert geen tekst of foto's en zendt geen audio-opnames
of beelden uit die zijn gemaakt van personen in privé-situaties zonder
toestemming van de betrokkene, tenzij met de publicatie een groot
maatschappelijk belang is gediend.
21. De journalist gebruikt geen privé-documenten tenzij de betrokkenen
daarvoor toestemming hebben gegeven, of met de publicatie een groot
maatschappelijk belang is gediend.
22. De journalist van wie blijkt dat hij een onjuist bericht heeft gepubliceerd,
zal een schadelijke onnauwkeurigheid, gevraagd of ongevraagd, op zo kort
mogelijke termijn op royale wijze corrigeren.
Open vizier
23. De journalist verzamelt, selecteert en publiceert het nieuws zonder zich te
verschuilen achter een andere dan zijn eigen identiteit, tenzij met die
werkwijze een groot maatschappelijk belang is gediend.
24. De journalist maakt zichzelf en zijn methoden bij het verzamelen van
informatie in beginsel als zodanig bekend.
25. De journalist lokt geen incidenten uit met de bedoeling nieuws te creëren.
Hij lokt evenmin incidenten uit om een misstand te illustreren, tenzij daarmee
een groot maatschappelijk is gediend.
26. Tenzij daarmee een groot maatschappelijk belang is gediend, neemt de
journalist niet anoniem of onder pseudoniem deel aan discussies, op internet
of in andere media indien er raakvlakken zijn tussen zijn gewone berichtgeving
en zijn bijdragen aan die discussies.
27. De journalist steelt geen informatie en betaalt niet voor gestolen
informatie.
28. De journalist maakt geen gebruik van onrechtmatig door derden verkregen
informatie, tenzij met publicatie daarvan een groot maatschappelijk belang is
gediend.
Toelichting:
Februari 2012.